Forum: Positieve effecten van vrijwilligerswerk
Inhoud van dit artikel
In het debat over vrijwilligerswerk in het buitenland wordt de afgelopen jaren veelal de nadruk gelegd op de negatieve effecten daarvan. Zowel de vrijwilligersorganisaties en ontvangende gemeenschappen als de vrijwilliger zelf lijken er bekaaid van af te komen. Zo worden enerzijds vrijwilligers vaak afgespiegeld als (ramp)toeristen en profiteurs die vrijwilligersorganisaties en gemeenschappen eerder extra werk of zelfs last bezorgen dan helpen (zie bijvoorbeeld Simpson 2004).
Anderzijds komen de verwachtingen die vrijwilligers, zeker jonge vrijwilligers, vooraf hebben niet altijd overeen met de vrijwilligersactiviteiten die ze vervolgens uitvoeren en de opbrengsten van deze activiteiten voor de gemeenschap. Hierdoor ligt de kans op een grote teleurstelling bij vrijwilligers op de loer. Daarnaast twijfelen sommige sceptici aan de leeropbrengst van vrijwilligersactiviteiten voor de vrijwilliger (Simpson 2004; Tiessen en Heron 2012). Zo wordt gedacht dat er een te eenzijdig beeld wordt geschetst van de vrijwilliger als redder in nood en hebben ontvangende gemeenschappen vaak beperkte inspraak in de hulp die ze krijgen. Dit veroorzaakt ongelijkheid tussen hulpverleners en ontvangende gemeenschappen. Ook worden hierdoor stereotype beelden over deze gemeenschappen eerder bevestigd dan ontkracht (zie voor een overzicht Lough 2013, p. 2).
Recentelijk zijn er ook meer genuanceerde, positieve geluiden te horen. Hierbij wordt vooral belicht onder welke omstandigheden vrijwilligerswerk in het buitenland positief kan werken voor zowel de vrijwilligersorganisaties, de ontvangende gemeenschappen, als de vrijwilliger zelf (Wearing en McGehee 2013). In dit Forum belicht ik deze kant van het debat. Omdat ik mijn onderzoek naar burgerschap en burgerschapsactiviteiten zoals vrijwilligerswerk uitvoer vanuit een ontwikkelingspsychologisch en onderwijskundig perspectief, richt ik me op de positieve effecten die vrijwilligerswerk heeft voor de jonge vrijwilliger en ga ik in op de baten van vrijwilligerswerk voor de ontwikkeling van adolescenten en jong volwassen. Hierbij belicht ik een aantal van de voorwaarden en condities waaronder deze positieve effecten kunnen worden bereikt.
In mijn onderzoek bekijk ik vrijwilligerswerk in brede zin. Het gaat hierbij dus om vrijwilligerswerk in het buitenland, maar vooral ook in de eigen gemeenschap. In het buitenland houden jongeren zich vooral bezig met organiserende of uitvoerende taken binnen humanitaire en milieuprojecten, zoals geven van onderwijs en het begeleiden van mensen (Sherraden et al. 2013, p. 18; Wearing en McGehee 2013). In de eigen gemeenschap, zeker in de adolescentie, houden jongeren zich vooral bezig met activiteiten binnen lokale organisaties zoals een sportvereniging, een hobbyclub of een bejaardentehuis. Jongeren verzorgen bijvoorbeeld trainingen en ontspannende activiteiten (bijvoorbeeld een uitje of een sportieve activiteit), doen verzorgende klusjes (bijvoorbeeld het bereiden en rondbrengen van eten), of vervullen educatieve taken (zoals bijles of computerles geven). In de late adolescentie of jong volwassenheid zijn jongeren daarnaast soms politiek actief, zoals binnen studentenverenigingen, lokale raden en politieke partijen.
