Onderzoek·Artikel

Kwaliteit van leven blijft hoog en Nederlanders ervaren voldoende vrije tijd

Nederlanders zijn tevreden met hun leven maar hoe zit het met hun vrije tijd?

Ton Vermeulen · 11 sept 2018 · 6 min lezen Printen
Kwaliteit van leven blijft hoog en Nederlanders ervaren voldoende vrije tijd

De kwaliteit van leven van Nederlanders blijft met een 7,8 hoog. De meeste Nederlanders voelen zich gezond, verder stijgt de levensverwachting en nemen de gevoelens van onveiligheid af. Ook hier zien we dat het economische herstel zich nog niet vertaald in een verbetering van de leefsituatie en zijn er hardnekkige verschillen tussen groepen in de samenleving. De hoeveelheid vrije tijd blijft stabiel en de meeste Nederlanders vinden dat ze voldoende vrije tijd hebben. Dat schrijft het het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in haar jaarlijkse rapport De sociale staat van Nederland.

Nederlanders hebben over het algemeen een hoge kwaliteit van leven. Het opleidingsniveau stijgt en na economisch roerige tijden neemt de werkloosheid af en herstelt de koopkracht. Verder voelt bijna 80% van de Nederlanders zich gezond, ruim de helft sport wekelijks en de levensverwachting stijgt door. Al jarenlang waarderen Nederlanders hun leven gemiddeld met een 7,8 als rapportcijfer. Maar op verschillende domeinen zijn er hardnekkige verschillen tussen groepen. Er zijn mensen waarbij een slechte objectieve leefsituatie gepaard gaat met ontevredenheid over het leven; in de afgelopen 10 jaar telkens zo’n 4% van de volwassen bevolking (ongeveer 680.000 mensen). Ook voelen meer Nederlanders zich opgejaagd, nu zo'n 39%. Sinds begin 2018 zijn Nederlanders positiever over de richting die het land op gaat maar ook hier zien we grote verschillen; 62% van de hogeropgeleiden vindt dat het de goede kant op gaat met Nederland, tegenover 47% van de middelbaar opgeleiden en 40% van de lageropgeleiden.

Stabiele hoeveelheid vrije tijd

Nederlanders van 12 jaar en ouder hebben al jaren gemiddeld 42,1 uur vrije tijd in de week. Er zijn wel duidelijke verschillen tussen bevolkingsgroepen. Mannen en lageropgeleiden hebben meer vrije tijd dan vrouwen en hogeropgeleiden. Ook zijn er leeftijdsverschillen, zo hebben 65-plussers, met meer dan 53 uur in de week, veruit de meeste vrije tijd. Tieners beschikken over 43,5 uur vrije tijd in de week en 18-64-jarigen over nog geen 39 uur. Het hebben van (een) jong(e) kind(eren) en betaald werk gaat, logischerwijze, ook ten koste van de vrije tijd. Mensen met een kind jonger dan 12 jaar hebben 9 uur minder vrije tijd in de week dan mensen zonder jong kind; het verschil in hoeveelheid vrije tijd tussen mensen met en zonder betaald werk is meer dan 11 uur.

Figuur 1: Ervaren van voldoende vrije tijd

Bron: SCP

De meeste Nederlanders (70%) geven aan voldoende vrije tijd te hebben. Meer mannen dan vrouwen geven in 2016 aan voldoende vrije tijd te hebben en hetzelfde geldt voor lager- versus hogeropgeleiden en jongeren versus ouderen. Van de 65-plussers geeft 90% aan voldoende vrije tijd te hebben (in 2011 was dit zelfs nog 94%), terwijl onder de 18-34-jarigen het aandeel tevredenen met de hoeveelheid vrije tijd het laagst ligt (59%). Mensen die het druk hebben met werk of jonge kinderen zijn ook beduidend minder tevreden met de hoeveelheid vrije tijd dan mensen zonder baan of jong kind.

Van de 42,1 uur vrije tijd in een week in 2016 gaat ongeveer een derde naar het beoefenen van hobby’s, maken van uitstapjes en uitrusten (14,3 uur). De tijd besteed aan uitstapjes groeit van 1,7 uur per week naar 1,9 uur per week. De overige tijd wordt besteed aan mediagebruik (19,6 uur) en sociale contacten (8,2 uur).

Tabel 1: Besteding van Nederlanders aan vrije tijd in uren per week


20062011
2017
Media en ICT
19,9
21,7
19,6
Sociale contacten
8,7
7,3
8,2
Overige vrije tijd
5,8
6,7
6,5
Hobby's
2,8
2,1
2,6
Uitstapjes
1,7
1,8
1,9
Uitrusten
2,6
1,7
1,9
Sport
1,4
1,7
1,7

Bron:scp (tbo’06); scp/cbs (tbo’11-'16)

Sporten en cultuurdeelname

In 2017 sportte 56% van de Nederlanders wekelijks. De cultuurdeelname is over het algemeen stabiel en dat geldt ook voor de maatschappelijke participatie. De afgelopen 10 jaar deed tussen de 25% en 30% van de Nederlanders aan vrijwilligerswerk. Hogeropgeleiden doen aanzienlijk vaker vrijwilligerswerk, en jongvolwassenen (18-34 jaar) zijn juist relatief weinig actief als vrijwilliger. Het aandeel dat informele hulp verleent steeg geleidelijk van 23% naar 27%. Vrouwen en Nederlanders van middelbare leeftijd geven het vaakst hulp aan zieke of gehandicapte familieleden, kennissen of buren.

Meer gevoelens van gejaagdheid

De tijd die mensen aangeven te besteden aan betaald werk is tussen 2006 en 2016 toegenomen, ten koste van de tijd besteed aan het huishouden en zorg voor anderen. Het totaal aan arbeid en onbetaalde zorgtaken ligt stabiel rond de 49 uur in de week. In 2016 voelen meer Nederlanders in de leeftijd van 18 tot en met 64 jaar zich opgejaagd (39%) dan in 2006 (31%). Ten opzichte van 2011 – toen dit 43% bedroeg – is er geen sprake van een toename. Hogeropgeleiden en mensen met (jonge) kinderen voelen zich relatief vaak opgejaagd en vrouwen voelen zich vaker opgejaagd dan mannen (44% resp. 35%). Niet zo verwonderlijk dat Nederlanders meer tijd besteden aan uitrusten en ontspannen.

Gezondheid en tevredenheid met het leven

Acht op de tien Nederlanders beoordeelt de eigen gezondheid als goed of zeer goed. Opvallend is het relatief goede psychisch welbevinden van mensen van 65 jaar en ouder. Dit leeftijdsverschil is er ook bij de tevredenheid met het leven: jongeren en ouderen zijn ongeveer even tevreden, mensen van middelbare leeftijd – in het spitsuur van het leven – zijn minder tevreden met het leven. Over het algemeen waarderen Nederlanders hun leven met een 7,8 als rapportcijfer en dit is in de afgelopen 10 jaar niet veranderd.

Zorgen over houdbaarheid kwaliteit van leven

Een belangrijke zorg voor de toekomst is de houdbaarheid van onze kwaliteit van leven. Als de hele wereldbevolking de Nederlandse leefstijl zou volgen, dan zijn daar nu ongeveer 3,5 wereldbollen voor nodig en dat aantal is sinds 2008 niet veranderd. Dat geldt overigens niet alleen voor Nederland; vaak gaat een betere kwaliteit van leven samen met een niet-duurzame ontwikkeling.

Nederland in internationaal perspectief

Op veel internationale vergelijkingen doet Nederland het goed. Het totaal van de werkloosheid, het overheidstekort en de inflatie (de misère-index) ligt in 2017 lager dan gemiddeld in de Europese Unie. Overal in Europa stijgt het opleidingsniveau van de bevolking, maar ook hier scoort Nederland hoog. De levensverwachting in Nederland blijft stijgen en behoort tot de hoogste van de Europese Unie. Wereldwijd staat Nederland op een zesde positie van gelukkigste landen. Bovendien zijn Nederlanders gemiddeld veel positiever dan elders in Europa over de richting die het land op gaat en over het functioneren van de democratie en de politiek en behoort Nederland samen met Denemarken, Zweden, Luxemburg en Malta tot de meest positieve landen.

Onderwerpen Onderzoek Artikel

Artikelen