Beleid·ArtikelUit R&T nr. 04 • Jaar 2026

DMO Impactmodel toont meerwaarde aan

NBTC roept DMO’s op: ga aan de slag!

Vanwege hun veranderende rol moeten DMO’s steeds meer hun meerwaarde aantonen aan de hand van de impact die ze maken. Om hen te helpen het juiste gesprek daarover te voeren, heeft het NBTC onder begeleiding van Impact House by Grant Thornton en in samenwerking met verschillende partners het DMO Impactmodel ontwikkeld. Marieke Politiek en Thijs de Groot van het NBTC leggen uit hoe het model werkt en hebben ook een duidelijke oproep aan de DMO’s: ga ermee aan de slag!

Redactie NRIT · 08 okt 2026 · 21 min lezen Printen
DMO Impactmodel toont meerwaarde aan

Vanwege hun veranderende rol moeten DMO’s steeds meer hun meerwaarde aantonen aan de hand van de impact die ze maken. Om hen te helpen het juiste gesprek daarover te voeren, heeft het NBTC onder begeleiding van Impact House by Grant Thornton en in samenwerking met verschillende partners het DMO Impactmodel ontwikkeld. Marieke Politiek en Thijs de Groot van het NBTC leggen uit hoe het model werkt en hebben ook een duidelijke oproep aan de DMO’s: ga ermee aan de slag!

Tekst: Peter Bekkering, Foto: Barbara Trienen, Jelle Verhoeks

Voorgeschiedenis

Thijs de Groot vertelt over de aanleiding om te komen tot het DMO Impactmodel. “Als NBTC hebben we veel contact met bestuurders en DMO’s. We merkten in 2025 dat er een groeiende behoefte was om in de complexe context waarin DMO’s opereren aan te tonen wat zij precies doen en wat het effect van hun werkzaamheden is.”

De Groot benadrukt dat de ontwikkeling van het DMO Impactmodel niet uit het niets kwam. “Het is een doorontwikkeling van toenemend bewustzijn van de opdracht die we als organisaties hebben binnen ‘bestemming Nederland’ of de bestemming van een bepaalde regio. Daarbij veranderen de rol en de doelen van toerisme en recreatie. Toerisme wordt steeds vaker niet meer als einddoel gezien maar als middel om de leefbaarheid en de aantrekkelijkheid van een gebied te ondersteunen. Daarmee zijn meerwaarde van toerisme, impact van toerisme en brede welvaart belangrijkere thema’s geworden. Het DMO Impactmodel past in die ontwikkeling.”

Effectketen in de categorie Economie

Effectketen in de categorie Economie

Vertaling van impact

Marieke Politiek vult aan: “De ontwikkeling om anders te kijken naar recreatie en toerisme is begonnen met de landelijke visie Perspectief 2030 en daarna de Leidraad Bestemmingsmanagement. Wat nog niet aan bod was gekomen, is hoe de meerwaarde en impact van toerisme vertaald kunnen worden naar subsidieafspraken en jaarplannen van DMO’s. Ook was nog niet besproken hoe je kunt meten of een organisatie daadwerkelijk de beoogde impact realiseert. In de oude rol was dat gemakkelijker en overzichtelijker voor een DMO: als je bijvoorbeeld kon aantonen hoeveel toeristen naar je regio waren gekomen en hoeveel tickets die hadden gekocht naar aanleiding van een bepaalde campagneperiode kon je het effect laten zien van je inspanningen. In de nieuwe rol is het ingewikkelder om te laten zien waar je als DMO precies impact maakt. Het DMO Impactmodel helpt om die impact uniform te benaderen en te laten zien. Daarbij is het natuurlijk zo dat er ook andere externe factoren zijn, die invloed hebben op die impact en die je als DMO niet kunt beïnvloeden. Dat doet echter niets af aan het feit dat je als DMO met het DMO Impactmodel prima kunt laten zien wat jouw bijdrage is. Met het DMO Impactmodel kun je het onderscheid tussen effecten waar je direct invloed op hebt en effecten waar je mogelijk invloed op hebt, scherper onderscheiden.” De Groot ziet het DMO Impactmodel als een onderdeel van een professionaliseringsslag. “Je moet je als DMO doorontwikkelen en daarbinnen past het DMO Impactmodel. Het model helpt je betere afspraken te maken en beter zaken te meten.” 

Uitleg

De Groot legt uit wat het DMO Impactmodel is. “Het is een impactkader waarmee DMO’s hun impact kunnen laten zien op economisch, ecologisch en sociaal-maatschappelijk vlak. Het model brengt samenhang aan tussen de impactgebieden, biedt een gezamenlijke taal en geeft richting aan het meten van de impact.” Politiek: “Het is belangrijk om aan te geven dat het DMO Impactmodel geen one size fits all is. Het is een startpunt waarmee DMO’s enerzijds en bestuurders anderzijds met elkaar aan tafel het gesprek kunnen voeren. Daarom vinden we het heel belangrijk dat het model praktisch genoeg is voor DMO’s om ermee aan de slag te gaan. Vervolgens vinden we het van belang dat we feedback krijgen over wat wel en niet werkt en wat er nog aan ontbreekt. Als het in de praktijk goed werkt, zou het zich idealiter ook moeten vertalen in beleid.”

Schematische weergave van het DMO Impactmodel

Schematische weergave van het DMO Impactmodel

Doel

Met het DMO Impactmodel heeft het NBTC meerdere doelen, zegt De Groot: “Dat gaat over gezamenlijke taal, vergelijkbaarheid en in samenhang brengen. Maar ook over het interne gebruik door een DMO, bijvoorbeeld door je jaarplan aan dit kader te toetsen. Een DMO kan het ook extern gebruiken in gesprekken met opdrachtgevers en achterban. Wat ik daarnaast mooi vind is dat het er met elkaar over hebben al waarde op zich heeft. DMO’s geven nu aan dat het model hen helpt om met gemeenten een breder en beter gesprek over het onderwerp impact te hebben.”

Politiek wijst erop dat de DMO’s nadrukkelijk bij de totstandkoming van het DMO Impactmodel zijn betrokken. “Dat heeft ertoe geleid dat het model nu goed ontvangen wordt en dat er eigenlijk niet veel vragen over zijn. We hebben een heel proces doorlopen, waarbij we met vertegenwoordigers van DMO’s deskresearch hebben gedaan. Daarbij hebben we gekeken naar welke modellen er al zijn, welke modellen DMO’s nu gebruiken en welke KPI’s ze daarbij hanteren. Ook hebben we gekeken wat er in andere sectoren gebeurt: met welke modellen werken bijvoorbeeld maatschappelijke organisaties. Het heeft er uiteindelijk toe geleid dat we ervoor gekozen hebben om het DMO Impactmodel te baseren op de Theory of Change. Daarbij wordt zichtbaar gemaakt hoe activiteiten stap voor stap leiden tot effecten en uiteindelijk bijdragen aan een overkoepelend impactdoel. Hierdoor ontstaat een logisch en samenhangend verhaal over waarom een organisatie bepaalde activiteiten uitvoert en welke verandering zij daarmee wil realiseren.” De Groot: “Het model is een praktische tool, bedoeld voor DMO’s. Tegelijkertijd hebben we in het proces wel opdrachtgeverschecks gedaan. We hebben een aantal keren aan opdrachtgevers – provincies en gemeenten – gevraagd of het model aansluit bij hun beleidsrealiteit en hun manier van werken.” Politiek: “De opdrachtgevers waren ook zoekende: welke opdracht moeten ze aan DMO’s geven en waar kunnen ze afspraken over maken.”

Schematische weergave van het DMO Impactmodel

Schematische weergave van het DMO Impactmodel

Theory of Change

Politiek legt uit waarom de Theory of Change is gebruikt. “Iedereen was het erover eens dat de focus lag op het gezamenlijk realiseren van een bepaalde impact, het hoogste niveau. Ook wisten zowel het NBTC als de DMO’s wat ze zelf aan activiteiten uitvoeren, het laagste niveau. Het mooie aan de Theory of Change is dat je in duidelijke stappen naar de impact toewerkt en dat je op elk niveau kunt kijken wat je wilt weten en eventueel wilt meten. Uit de activiteiten komt output in de vorm van fysieke producten zoals presentaties, een kennisdag of een marketingcampagne. Met die output wil je een outcome bereiken bij een bepaalde doelgroep: een verandering in kennis, houding of gedrag. Of die outcome is bereikt, kun je bij de doelgroep toetsen. Met die verandering in kennis, houding of gedrag wil je uiteindelijk op verschillende niveaus impact realiseren. Het mooie daarbij is dat dit model via de uitwerking van effectlijnen duidelijk maakt hoe jij als organisatie aan die impact bijdraagt.” Politiek kreeg van DMO’s te horen dat deze opzet helpt om aan de opdrachtgevers aan te geven waarop ze kunnen worden afgerekend: “Het liefst doe je dat op outcome, maar anders mag output ook. Daarbij beloof je als DMO een specifieke outcome of output, omdat je gelooft dat dat bijdraagt aan de gewenste impact.”

De werking van het DMO Impactmodel

Het DMO Impactmodel bestaat uit twee delen, zegt De Groot: “Allereerst een handleiding waarin we uitleggen wat impact is, wat de Theory of Change is en waarom het DMO Impactmodel op basis daarvan is ingericht. Ook leggen we uit hoe je het model kunt toepassen. Het tweede deel is het werkdocument waarmee je aan de slag kunt.”

Politiek gaat vervolgens in op hoe het model werkt. “Het model is verdeeld in drie componenten: economisch, ecologisch en sociaal-maatschappelijk. Als DMO inventariseer je waar je mee bezig bent. Vervolgens verdeel je je activiteiten over de drie componenten en ga je het model invullen. Op die manier creëer je je eigen effectlijnen.” Omdat het model is gemaakt in overleg met de DMO’s is Politiek ervan overtuigd dat het model in de basis de meest voorkomende effectlijnen bevat. Organisaties kunnen het model desgewenst uitbreiden met aanvullende effectlijnen, zodat het optimaal aansluit bij hun eigen context. Bovendien bevat het model in een ander tabblad ook nog de verschillende indicatoren waarop gemeten kan worden.

Nut voor opdrachtgevers

Het DMO Impactmodel is bedoeld voor DMO’s, maar heeft eveneens een duidelijk nut voor de opdrachtgevers. Politiek: “Uiteindelijk moet je gezamenlijk een verhaal hebben wat je belangrijk vindt in je regio, waar je aan wilt werken met elkaar en hoe je daarbij meet dat subsidiegeld goed is besteed. Dat is nu vaak best een puzzel om tot goede afspraken te komen. Zeker omdat er door de veranderende rol en activiteiten van DMO taken bij zijn gekomen die je minder ‘hard’ op effect kunt meten. Bovendien is het voor beleidsmedewerkers bij gemeenten en provincies belangrijk dat zij intern kunnen uitleggen waarom ze daarin investeren. Ik voorzie ook dat uitgewerkte effectlijnen en impactmodellen uiteindelijk hun weg gaan vinden in subsidiebeschikkingen. Daarbij kan het straks zo zijn dat een gemeente of provincie aangeeft in welke effectlijnen ze willen investeren en dat andere stakeholders andere effectlijnen voor hun rekening nemen. In die zin biedt het DMO Impactmodel en het bijbehorende verhaal DMO’s ook kansen om met andere stakeholders in gesprek te gaan.”

Ontwikkeltrajecten

De Groot zoomt uit. “Het past in de totale beweging die kijkt naar de meerwaarde in plaats van het volume van toerisme en recreatie. Die beweging kijkt ook naar hoe wij ons als sector verhouden tot onze omgeving. Wij blijven dit daarom agenderen. Onder meer op de Nationale Toerisme Top, 28 september in Groningen. Bovendien is het – we zeiden het al eerder – een startpunt en geen eindpunt. Er zijn nog verschillende ontwikkeltrajecten. Allereerst willen we het model zelf doorontwikkelen. Verder willen we met de opdrachtgevers het model bespreken en kijken hoe het model hen kan helpen. Misschien moeten we wel specifieke zaken voor hen gaan ontwikkelen.”

Het grote belang van het DMO Impactmodel zit volgens De Groot in twee zaken: “De praktische toepasbaarheid en de samenhang der dingen: van impactgebieden en van taal.” Zowel De Groot als Politiek zien ook raakvlakken met initiatieven zoals Bestemming in Balans. “Daarbij kan het DMO Impactmodel helpen om zaken uit Bestemming in Balans te meten, maar kan omgekeerd Bestemming in Balans ook indicatoren bevatten die relevant zijn voor het DMO Impactmodel.”

Aan de slag

De Groot heeft een duidelijke tip voor DMO’s: “Ga met het DMO Impactmodel aan de slag! Daarbij gaat het er niet om dat het compleet of perfect is. Een klein resultaat op een specifiek gebied is ook al waardevol. Uiteindelijk zijn we nog bezig met een zoektocht naar wat wel en niet werkt en wat wel en niet relevant is. Probeer er daarom als DMO en CMO hoe dan ook iets uit te halen en kijk wat het voor je doet.”

Politiek doet daarom een oproep aan de DMO’s: “Stel gewoon vragen. Met elkaar maken we het verhaal beter.”

De Groot hoopt dat het DMO Impactmodel ertoe bijdraagt dat er meer rust en vertrouwen komt tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. “Nu kan een verschil in verwachtingen leiden tot frictie en onrust. Als je nu met het DMO Impactmodel het gesprek kunt voeren binnen hetzelfde kader, creëert dat hopelijk rust en vertrouwen in de relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer.” Politiek gaat nog een stap verder. “Ik hoop dat het gebruik van het DMO Impactmodel en het vertellen van vergelijkbare verhalen over de impact ertoe bijdraagt dat we samen een sterker verhaal vertellen over wat de bijdrage van de sector toerisme en recreatie is.”

Meer informatie over het DMO Impactmodel:
www.nbtc.nl/nl/site/themas/organiserend-vermogen/dmo-impactmodel

Marieke Politiek
Marieke Politiek is manager Intel & Insights bij het NBTC en voorzitter van de Landelijke Data Alliantie. Vanuit haar rol bij het NBTC werkt ze mee aan afspraken die het NBTC maakt met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de subsidiebeschikker van het NBTC.
Marieke Politiek Marieke Politiek is manager Intel & Insights bij het NBTC en voorzitter van de Landelijke Data Alliantie. Vanuit haar rol bij het NBTC werkt ze mee aan afspraken die het NBTC maakt met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de subsidiebeschikker van het NBTC.
Thijs de Groot is programmamanager van het team Bestemmingsontwikkeling bij het NBTC. Thema’s daarbij zijn onder meer digitalisering, verduurzaming en bredere waarde van bezoek. Eerder werkte hij aan de thema’s bewonersprofijt van toerisme en bewonersparticipatie.
Het DMO Impactmodel is ontwikkeld onder begeleiding van Impact House by Grant Thornton en in samenwerking met de volgende partijen: Dordrecht & Partners, Hart van Noord-Holland & Partners, Maastricht Marketing, Marketing Drenthe, Marketing Oost, Merk Fryslân, The Hague & Partners, Utrecht & Partners en Visit Zuid-Limburg.
Thijs de Groot is programmamanager van het team Bestemmingsontwikkeling bij het NBTC. Thema’s daarbij zijn onder meer digitalisering, verduurzaming en bredere waarde van bezoek. Eerder werkte hij aan de thema’s bewonersprofijt van toerisme en bewonersparticipatie. Het DMO Impactmodel is ontwikkeld onder begeleiding van Impact House by Grant Thornton en in samenwerking met de volgende partijen: Dordrecht & Partners, Hart van Noord-Holland & Partners, Maastricht Marketing, Marketing Drenthe, Marketing Oost, Merk Fryslân, The Hague & Partners, Utrecht & Partners en Visit Zuid-Limburg.

Het DMO impactmodel in de praktijk

Twee CMO/DMO’s die al met het DMO Impactmodel werken:
MarketingOost en The Hague & Partners

Wendy Weijdema is adjunct-directeur van MarketingOost, de DMO voor heel Overijssel, MarketingOost werkt aan een Onweerstaanbaar Overijssel, om te wonen, werken en recreëren. Daarnaast is Weijdema bij MarketingOost manager strategie, onderzoek en innovatie. Daarbij houdt ze zich bezig met data, strategie en inzichten. “We zijn al een tijd bezig om te kijken hoe we onze toegevoegde waarde kunnen laten zien en of datgene wat we doen ook helpt. Bij campagnes kun je dat meten via KPI’s, maar bij bestemmings- en aanbodontwikkeling is dat ingewikkelder. Toen bleek dat het NBTC met vergelijkbare uitdagingen worstelde, hebben we graag deelgenomen aan het project. Daarbij konden wij vanuit het veld andere inzichten verschaffen, omdat we meer in de klei staan dan het NBTC.”

Theory of Change

Er waren twee groepen, vertelt Weijdema. “De ene groep dook meer de theorie in, de andere groep keek meer vanuit het werkveld. De onderlinge kennisdeling, waarbij je elkaar ook uitdaagde, werkte goed. Gaandeweg kwamen we er daarbij achter, dat het model van de Theory of Change en de bijbehorende stappen hetgene was wat we nodig hadden.”

Op het moment dat Weijdema het model ging invullen, merkte ze dat MarketingOost al een flink aantal projecten deed op die manier. “We waren er eigenlijk al mee aan het experimenteren. Zoals bij Dieze Stories, een project over een prominent winkelgebied in Diezerpoort, Zwolle. Daar hebben we samen met de gemeente, bewoners en ondernemers gekeken of we met behulp van verhalen, sociale buurtactiviteiten en aanbodontwikkeling de drukte in de binnenstad op bepaalde momenten meer naar de buitenwijken konden spreiden. Bij dat project hebben we de stappen van de Theory of Change doorlopen en zien we ook de verandering die is teweeggebracht in de manier van werken, de manier van kijken en de manier van zaken samendoen.”

Bewust maken

Het toepassen van de Theory of Change helpt Weijdema ook in de gesprekken met gemeenten en provincie: “Je kunt uitleggen dat het een integraal verhaal is en niet een kwestie van aan een bepaald knopje draaien. Je moet alle knopjes in de gaten houden. We willen daarom gemeenten en provincie nadrukkelijk in dit verhaal meenemen.”

Geen doel op zich

Weijdema ziet wel een aantal risico’s bij het toepassen van het DMO Impactmodel: “Mensen kunnen het zonder uitleg gaan gebruiken of er een eigen model van gaan maken. Bovendien kan het teveel een leidraad worden. Ik ben daarom benieuwd hoe mensen in de praktijk ermee omgaan en of het model te weinig of juist te veel vrijheid biedt. Het model moet ook geen doel op zich worden, het is een middel. Uiteindelijk is het model vooral bedoeld om te laten zien wat de impact is die je wilt bereiken en hoe je daar wilt komen. Natuurlijk wil je ook meten en weten of je die impact gemaakt hebt, maar dat moet niet te complex en te kostbaar worden. Daarom pleit ik ervoor om dan één element eruit te halen, waarvan je zeker weet dat je daarvan de impact kunt meten.” Daarbij zijn de KPI’s in het model wel een stuk spannender, aldus Weijdema: “Het meten van een veranderende beleving is complexer dan het meten van een aantal views.”

MarketingOost gaat het DMO Impactmodel vooralsnog vooral inzetten bij aanbod- en bestemmingsontwikkeling. “Daar kunnen we het relatief gemakkelijk inzetten. Bij marketing en communicatie gaat het wat langer duren.”

Advies en vervolgstappen

Weijdema denkt dat het DMO Impactmodel generiek toepasbaar is. “Het is one size fits all. Bovendien zijn lokaal, regionaal, nationaal en zelfs internationaal de uitdagingen vergelijkbaar. We staan aan dezelfde lat. De mate van inzet hangt natuurlijk wel af van beschikbare middelen. Daarom is het interessant of je tot een manier van werken kunt komen, waarvan zowel de lokale VVV als de grote DMO zoals Amsterdam & Partners van kan profiteren. Een kleine DMO kan dan een aantal aannames doen en leren van de grote DMO.”

Weijdema heeft nog wel een paar wensen richting het NBTC. “Om de gemeenten en provincie mee te nemen, zou ik graag beschikken over theorie of een workshop over het DMO Impactmodel. Daarnaast is kennisdeling belangrijk, zodat we kunnen leren van elkaars ervaringen. Daarom is het belangrijk om de impactgroep overeind te houden.”

Weijdema heeft een tip voor DMO’s die met het DMO Impactmodel aan de slag willen. “Kijk eerst of impact iets is wat bij je past en waar je naartoe wilt. De volgende stap is om te kijken waar je het al toepast. Vervolgens moet je kijken of het de moeite waard is om in een proces te gieten. Doe het kortom stapje voor stapje en neem de organisatie daarin mee. Een laatste advies is om een paar enthousiastelingen te vinden, die als ambassadeurs kunnen optreden.”

Wendy Weijdema - Adjunct-directeur, MarketingOost
Wendy Weijdema - Adjunct-directeur, MarketingOost
Guusje Thijs - Analist-onderzoeker business & strategie, The Hague & Partners
Guusje Thijs - Analist-onderzoeker business & strategie, The Hague & Partners

Guusje Thijs is analist-onderzoeker business & strategie bij The Hague & Partners. “Ik ben enerzijds onderzoeker en data-analist en hou me anderzijds bezig met strategische vraagstukken. Als CMO doen we er alles aan om bezoekers, bedrijven en congressen binnen te halen voor de stad om zo de brede welvaart voor Hagenaars en Hagenezen te bevorderen.”

Verschuivingen

Daarbij merkte The Hague & Partners al een tijdje dat impact meten steeds belangrijker wordt: “Dat zie je overigens niet alleen in de gastvrijheidssector, maar ook bij andere sectoren. Ook wij willen niet alleen laten zien wat we doen, maar ook en vooral wat dat bijdraagt aan de stad Den Haag. Belangrijke pijlers blijven groei in aantallen bezoekers, bestedingen en overnachtingen, maar daarnaast verschuift de aandacht naar het aantrekken van de gewenste bezoeker, op het juiste moment, op de juiste plek en met de gewenste impact. Tegelijkertijd constateerden we dat de met de gemeente afgesproken KPI’s nog met name sterk economisch georiënteerd waren, terwijl zowel het NBTC als het bredere maatschappelijke debat steeds nadrukkelijker ook sociaal-maatschappelijke en ecologische effecten meeweegt.Zelf zien we ook dat onze inspanningen bijdragen aan bredere stedelijke opgaven dan alleen toerisme. Al die verschuivingen vragen om een andere meet- en verantwoordingsmethodiek.”

Methodiek

The Hague & Partners was al bezig met de zoektocht naar zo’n methodiek. “Daarbij kwamen onder meer het Donutmodel en de Theory of Change voorbij. Tijdens die zoektocht benaderde het NBTC ons om deel uit te maken van de werkgroep, die met dezelfde uitdaging bezig was. Zelf geloven we in een landelijke aanpak en een standaardisatie, want het helpt om dezelfde taal te spreken. Bovendien kun je op lange termijn mogelijk KPI’s met elkaar vergelijken.”

Thijs heeft verschillende dingen kunnen bijdragen aan de werkgroep: “Enerzijds het perspectief van een stedelijke DMO met meerdere werkvelden: niet alleen met de bezoekerseconomie maar ook met het binnenhalen van congressen en bedrijven en met bewonersprofijt en bewonersbetrokkenheid. Dat perspectief heeft zeker geholpen bij het aanscherpen van de definities en effectpaden het DMO Impactmodel. Anderzijds zijn we een voorloper in het gebruik, waardoor we kunnen laten zien hoe we er concreet mee aan de slag zijn. Dat hebben we ook toegelicht tijdens een webinar richting andere CMO’s en DMO’s. Op die manier kunnen we ze ook inspireren.”

Lessen

Thijs heeft verschillende lessen geleerd uit deelname aan de werkgroep: “Allereerst het onderscheid tussen wat je belooft en waar je met zijn allen in gelooft. Je kunt namelijk niet alles tot op het hoogste niveau meten en onderbouwen met cijfers. Dat hoeft ook niet. Het is veel belangrijker dat je als organisatie met je opdrachtgever en met je werknemers allemaal gelooft dat de stappen die je als organisatie zet leiden tot het gewenste impactdoel. Verder is het belangrijk om je aannames goed af te stemmen met je opdrachtgever. Er is bovendien een verschil tussen attributie en contributie. Je kunt als CMO/DMO ergens – bijvoorbeeld het aantal overnachtingen in de stad – aan bijdragen, maar het is lastig om te bepalen of het helemaal jouw verdienste is gezien er geopereerd wordt in een complex krachtenveld met economische en maatschappelijke ontwikkelingen. De verandertheorie helpt om daar met elkaar over in gesprek te gaan. Onze rol is mogelijk niet altijd causaal en direct aantoonbaar, maar vaak ondersteunend en versterkend. Impactmeting moet zich dan ook richten op contributie: welke aantoonbare bijdrage hebben onze activiteiten geleverd aan het gewenste resultaat, en via welke mechanismen?”

Belang

Thijs vindt het om verschillende redenen belangrijk dat het DMO Impactmodel er nu is: “Ten eerste omdat het een raamwerk biedt. Omdat het op verschillende dimensies zit, helpt het ons bij het nadenken over activiteiten. Welke moeten we meer of minder doen? Verder helpt het model om elkaar betere vragen te stellen en om belangrijke discussies over missie en visie te voeren. Het is bovendien het juiste moment om met deze vragen aan de slag te gaan, als je kijkt naar de turbulente wereld waarin we leven met geopolitieke instabiliteit, veranderende demografie en daarmee wensen en behoeften en de opkomst van AI. ”

Thijs vindt het belangrijk dat het DMO Impactmodel vanuit het NBTC landelijk gedragen wordt: “Het feit dat we er met zijn allen aan gewerkt hebben in de werkgroep zorgt ervoor dat het een goede gedragen basis is voor het gesprek met onze opdrachtgever. Bovendien heeft het model door het NBTC een onafhankelijke status. Fijn is dat in het proces ook een opdrachtgeverscheck zat, waardoor onze opdrachtgever ook al vroeg in het proces is meegenomen.”

Thijs is ervan overtuigd dat het DMO Impactmodel generiek toepasbaar is. “Het is niet alleen een raamwerk, maar ook een vertrekpunt. Vanwege de opbouw met een Excel-sheet kan elke CMO/DMO het model omarmen en vanuit hetzelfde gedachtengoed als bron er een eigen lokale draai aan geven.”

Tips

Thijs heeft een tip voor de CMO’s en DMO’s die met het DMO Impactmodel aan de slag gaan. “Begin gewoon, zie het als pilot en realiseer je dat het niet in één keer perfect hoeft te zijn. Zelf nemen we 2027 als schaduwjaar, waarin we de methodiek samen met onze opdrachtgever gaan uittesten. Een andere tip is om de hele organisatie erin mee te nemen. Het is goed als iedereen erover nadenkt waarom hij of zij bepaalde dingen doet en welke effecten hij of zij daarmee zou willen bereiken. Door de organisatie te betrekken kom je tot een breedgedragen model. Een ander advies is om terug te kijken op de afgelopen jaren en te inventariseren waar knelpunten, hiaten en kansen lagen. Welke activiteiten sloten misschien onvoldoende aan bij onze missie en visie, en welke passende activiteiten hebben we juist nog niet opgepakt? Zo kun je ook terugkijken naar de zichtbaarheid van de impact: over welke activiteiten hebben we actief gecommuniceerd, en bij welke activiteiten is de bijdrage tot nu toe nog onvoldoende zichtbaar of aantoonbaar gemaakt?”

Thijs sluit af met een laatste tip: “Tot slot is het belangrijk om de grote vragen en brede kaders als vertrekpunt te nemen en deze samen te vertalen naar de dagelijkse praktijk. Door dit in nauwe samenwerking met de opdrachtgever te doen, ontstaat een gedeeld beeld van de gewenste impact, het verloop van het effectpad en de manier waarop voortgang wordt gemeten. Zo wordt het impactmodel geen eenzijdig opgelegd verantwoordingsinstrument, maar een gezamenlijk ontwikkeld kader dat richting geeft.”

Cover R&T nr. 04 • Jaar 2026

Artikelen