Klein geluk als onderscheidend concept voor de Limburgse gemeente Roerdalen
Interview met wethouder Jan den Teuling
De Limburgse gemeente Roerdalen mag zich met recht dé geluksgemeente van Nederland noemen. Al tien jaar opereren ze met ‘Klein geluk uit Roerdalen’ op de toeristische markt. Hier geen massatoerisme maar kleinschalig genieten in het Limburgse landschap. Volledig passend bij wat ze willen zijn en de draagkracht van het gebied. Perspectief 2030 avant la lettre. Een gesprek met wethouder Jan den Teuling die samen met het voltallige college geluk hét leitmotiv voor de hele gemeente maakte. Een bijzonder verhaal over een kleine gemeente die groots in geluk werd.
Inhoud van dit artikel
U bent zeven jaar geleden vanuit ondernemerschap wethouder geworden toen Klein geluk nog in de kinderschoenen stond. Wat dacht u toen u daarmee voor het eerst kennis maakte?
"We gaven in mijn eerste collegevergadering 25.000 euro uit aan geluk. Toen ik dat thuis vertelde, begonnen ze allemaal heel hard te lachen. Want zij wisten dat ik wethouder werd met als doel de gemeente meer bedrijfsmatig te laten opereren. Maar het was de eerste collegevergadering, er was al drie jaar over gesproken en ik wilde niet de eerste vergadering tegen zijn. Maar ik heb het verinnerlijkt en zie het als een middel om mijn politieke drijfveer, een andere overheid te bereiken.”
Wat heeft u overtuigd van klein geluk?
"Ik was een half jaar wethouder en geluksprofessor Leo Bormans hield een presentatie voor 150 mensen. Hij hield zo’n inspirerend verhaal. Het meest bijzondere moment was toen iedereen van plaats moest wisselen maar je mocht niet naast je eigen man of vrouw gaan zitten. En hij durfde het aan om te vragen om 30 seconden in de ogen van je buurman of -vrouw te kijken. Dat hebben 150 mensen gedaan. Hij vroeg wat we zagen. Ik weet nog wat ik terugkreeg. Die avond gebeurde er in die groep mensen zoiets geweldigs. Die avond ben ik verkocht.”

Zes kerkdorpen: "Daarmee zie je al een constellatie ontstaan met rust, ruimte, groen, wonen en een sterke sociale samenhang met heel erg onderscheidende dorpen.”
Hoe zijn jullie op klein geluk gekomen?
"Klein geluk is ontstaan bij de toeristische ondernemers. Les 1 in marketing is hoe je jezelf onderscheid in deze wereld. Ondernemers kwamen met de vraag hoe ze dat moesten doen. En dan ga je op zoek naar de typische kenmerken van deze gemeente en dat zijn rust, ruimte en groen. Bovendien zijn we echt Limburgs. Dat betekent dat de sociale samenhang in de dorpen nog steeds erg groot is. Het mooie van Roerdalen is dat we zes unieke kerkdorpen hebben. Daarmee zie je al een constellatie ontstaan met rust, ruimte, groen, wonen en een sterke sociale samenhang met heel erg onderscheidende dorpen. Als je dat bij elkaar brengt dan moet je constateren dat je heel blij kunt zijn met elkaar en hoe gelukkig je bent dat je in zo’n omgeving mag wonen en, of werken. Klein geluk is ontstaan door de kleine dingen in het leven -die ogenschijnlijk heel normaal zijn-, eruit te lichten.”
Jullie trokken als kleine gemeente de aandacht van Leo Bormans. Hoe kwam hij met jullie in contact?
"Hij had ons gegoogeld, zag dat wij klein geluk promoten en dacht ‘Daar moet ik zijn.’ Toen kwam alles in een stroomversnelling en zijn we in de gemeente toeristische routes gaan ontwikkelen met geluksplekken. We hebben aan onze inwoners gevraagd plekken aan te wijzen die ze gelukkig maakten. Uit alle inzendingen hebben we er 26 geselecteerd. Bij die geluksplekken kun je vanuit de harde werkelijkheid, vanuit je dagdagelijkse dingen, even tot jezelf komen.”
Zijn die geluksplekken ook direct toeristisch interessant?
"Dat hoeft niet per se. Het belangrijkste was dat onze inwoners het mooie plekken vonden. Dat kan een bankje zijn op de Meinweg, een theehuis op het terrein van de MERU (Maharishi European Research University) of een kerkhof. Allemaal plekken die mensen iets doet. Waar ze op zichzelf terugkomen en zeggen dat maakt me blij, dat is een fijne omgeving, hier voel ik me gelukkig.”
Hoe kom je van geluksplekken naar een toeristisch interessante brand?
"Met klein geluk hadden we als gemeente iets in handen dat onderscheidend is. Toen hebben we een logo ontwikkeld dat door de ondernemersvereniging en Visit Noord- en Midden-Limburg is geadopteerd. Vervolgens hebben we met de ondernemers gekeken hoe je klein geluk vorm en inhoud kunt geven.”
Maar jullie hadden ook te maken met camping Elfenmeer van de Oostappen Groep. Dat was zeker geen klein geluk.
"Peter Gillis heeft als uitganspunt massa is kassa en dat paste helemaal niet bij klein geluk. Toen de erfpacht afliep, is de gemeente daarmee gestopt. Dat heeft een aantal jaar met heel wat procedures en heel wat geld gekost maar we hebben nu een andere exploitant en dat is Huttopia geworden.Als er één bedrijf past bij rust, ruimte, natuur en groen, dan is het Huttopia wel.”

Ik zie dat Jullie ook gelukscoaches inzetten. Wat doen zij?
"Dan ga je als groep met 10 tot 15 mensen in een hele rustgevende, inspirerende en aantrekkelijke omgeving nadenken over je kernwaarden. Hoe kan ik mijn eigen innerlijke ontdekken en zien? Er zijn mensen die daarvoor zijn opgeleid en die daaromheen een arrangement in aanbieden.”
Werkt het? Zie je meer en vooral andere toeristen?
"We zien heel veel toeristen die de waarden rust, ruimte en groen herkennen. We kunnen het niet vertalen in meeropbrengsten in de toeristenbelasting want we hebben vier jaar geprocedeerd met het Elfenmeer. Maar het gaat wel werken. In 2022 gaat Huttopia open. We weten dat Huttopia gaat investeren en de samenwerking zoekt met de lokale ondernemers. Dan weet ik dat het goed komt want zij gaan ook meer gezinnen met kinderen te trekken.”
Wat hebben jullie bereikt op toeristisch gebied?
"Dat klein geluk, en niet Roerdalen, echt op de kaart staat. Je kunt het niet in harde euro’s uitdrukken. Dat hoeft ook niet. Het is veel meer een beweging die met de investeringen in de gemeente ook geld en werkgelegenheid opleveren. Want Huttopia had in haar pitch wel klein geluk staan.”
Eigenlijk grappig om te constateren dat jullie lang voor Perspectief 2030 al zijn gestart met het omarmen van onontdekte plekken.
"Ook dat was een bewuste keuze. We kunnen wel alles op het Nationaal Park De Meinweg richten, maar dan weet ik al wat er gebeurt. Dan wordt het gebied overspoeld door mountainbikers, fietsers en wandelaars. En iedereen moet zijn plek hebben. Ik heb toen gezegd dat we vooral uit de Meinweg weg moeten blijven. We moeten de verbinding maken tussen de Meinweg en andere plekken in de gemeente. Dan gaat hier de druk eraf en gaat er daar wat ontstaan. En profiteert iedereen. Van mij mag iedereen naar Roermond gaan want je kunt prachtig winkelen in de historische binnenstad of op het water gaan zitten.”
Toch is Roerdalen in Nederland niet heel erg bekend.

"We kunnen als college tonnen uitgeven aan de branding maar daarmee wordt Roerdalen niet echt bekend. Ik geloof absoluut in samenwerking. Als ik over Roerdalen en de Meinweg praat, dan bereiken we een selecte groep mensen. Maar als we Roermond, Düsseldorf en de provincie Limburg erbij pakken, is het een heel ander verhaal. Dus steken we veel liever in op een regionale en euregionale samenwerking. Onze buurgemeente in Duitsland, Wassenberg, heeft ook een geluksconcept neergezet. Dan heb je automatisch een grensoverschrijdend concept. Dat is veel waardevoller.”
Maar hoe pak je dan als Roerdalen binnen die regionale samenwerking je plek?
"Branding moet je echt met de regio doen. Daarbinnen moet je je eigen unieke plekje vinden. Dat moet iedereen doen. Dat is ook je verantwoordelijkheid naar je ondernemers. Als Huttopia naar Roerdalen komt, heeft dat weer uitstraling naar de rest.”
Hoe laat je geluk landen in de gemeente en op het gemeentehuis?
"Door veel meer met elkaar dan voor elkaar te doen. Ik heb net een gesprek via Teams met 30 inwoners achter de rug want het zwembad moet dicht. Dat vinden ze niet leuk maar we hadden een eerlijk gesprek. Ze hadden begrip voor het feit dat we beheer en exploitatie niet meer kunnen opbrengen.Ze zien ook in dat een commerciële partij het niet wil overnemen. Maar ze vroegen aan mij hoe ik erin stond als ze zelf een stuk verantwoordelijkheid nemen. Nu hebben we 40.000 euro per jaar aan kosten, maar wat als we nu eens 10.000 euro per jaar geven en die vrijwilligers kunnen het zwembad exploiteren? Dan heb ik niet die hele 40.000 euro binnengehaald maar wel de verantwoordelijkheid met de gemeenschap gedeeld. Dan wordt het zwembad veel meer van hen en wordt de ambtelijke organisatie ontlast. En dat is de winst van hetgeen we de afgelopen zeven jaar hebben gedaan.”
Is echt iedereen om?
"Natuurlijk heb je altijd tien tot twintig procent van de bevolking die het flauwekul vindt. Die bereik je toch niet. We stimuleren als college om heel duidelijk en eerlijk te zijn. Op een respectvolle manier ‘nee’ zeggen moet ook kunnen. Want burgerparticipatie wil niet zeggen, ‘men vraagt en wij draaien’. Burgerparticipatie is geen flappentap. Je kunt niet iedereen gelukkig maken. Het geluk van de een is de pech voor de ander en omgekeerd. Ik krijg niet alles op een lijn. Dat moet je niet willen. Het is onze taak om het algemeen belang te wegen. En de grootste gemene deler eruit te halen. En dat heel helder te communiceren.”
Wat is uw drive?
"Ik heb de vijf D’s: Dromen, Denken, Durven, Doen en Doorzetten. Dat is de ondernemer in me. Ik heb een droom, anders was ik dit werk niet gaan doen. Maar degene die hier is begonnen met klein geluk had ook een droom. Ik was er echt van overtuigd dat ze hier hartstikke gek waren geworden. Ik heb ermee geworsteld maar klein geluk helemaal verinnerlijkt.”
"Klein geluk is ontstaan door de kleine dingen in het leven -die ogenschijnlijk heel normaal zijn-, eruit te lichten”
Wat heeft klein geluk gekost?
"Bijna niks. In de begeleiding van Leo Bormans hebben we 25.000 euro geïnvesteerd. En als het nu 10.000 tot 15.000 euro per jaar kost, is het op.”
En de ambtenaren, die zijn er toch ook druk mee?
"We noemen Laurens Bijl geluksambassadeur maar hij is de programmamanager. We hebben twee dorpscontactpersonen die heten geluksambassadeur. Die doen niets meer of minder dan die verbinding met de gemeenschap leggen.”
En nu?
"Doorzetten. Klein geluk is vanuit branding ontstaan maar het is veel meer geworden. Het allerbelangrijkste is nu de plannen van Huttopia en de MERU door te zetten. Zij zijn katalysator van de ontwikkelingen. En blijven zorgen voor het actueel houden van de infrastructuur.”
Maar veel bestuurders willen toch iets moois neerzetten. Met onderhoud win je geen stemmen.
"Als wethouder ben je passant. Na vier jaar wethouderschap wilde ik eigenlijk weg maar toen zei iemand tegen mij dat het moet beklijven en toen heb ik er nog vier jaar aan vastgeplakt. Maar nu zijn het anderen die het mogen doen.”
Maar uw hoop is wel dat ze doorgaan met het geluk?
"Daar gaan ze mee door, dat kan niet anders. Ik hoop dat het beklijft. Ik zal niet gefrustreerd zijn als het niet zo is want mensen moeten hun eigen keuzes maken. Ik heb geprobeerd in die acht jaar iets neer te zetten.”
